Basisinkomen en technologie

Naar aanleiding van de VPRO Tegenlicht uitzending met Rutger Bregman mocht ik meepraten over mijn experiment rondom het basisinkomen en technologie. Over datadividend, robottax en je potentieel benutten met behulp van technologie. Kijk hier naar de bijeenkomst.

https://dezwijger.nl/programma/ons-basisinkomen

 

Als BV Nederland kunnen we echt beter!

Nederland als mondiaal leider in sociale AI

De vruchten plukken van je eigen data

Door het recente schandaal met Facebook worden veel mensen opgeroepen hun account te verwijderen. De verontwaardiging over de datalekken is groot. Maar is dit echt iets wat we niet wisten? Volgens mij geven we dagelijks, willens en wetens, onze data gratis weg omdat de aantrekkingskracht van het delen en liken nou eenmaal groter is. In plaats van in onvrede te blijven hangen, moeten we nu de situatie naar onze hand zetten. Laten we inzien dat alle ontwikkelingen rondom artificial intelligence (AI) onomkeerbaar zijn. Maar naast wetgeving of eliminatie is er nog een andere oplossing.

Als we de situatie nu eens omdraaien en munt slaan uit onze eigen data? We nemen controle over onze eigen data en zorgen dat we er zelf ook iets aan hebben. Namelijk: pay per data. Niet alleen bedrijven worden er rijk van, maar wijzelf voortaan ook. Wat is jouw e-mailadres waard? Vind je het oké om je vrienden door te verkopen als je ze daarna op een etentje kunt trakteren? En jouw bezoeken op andere websites? Wat mag wel doorverkocht worden, en wat niet? Dus in plaats van alles blokkeren, uitzetten, beveiligen of verwijderen, moeten we gewoon geld gaan verdienen met onze eigen data.

AI verandert de wereld waarin wij leven. Data-eigenaarschap wordt een steeds belangrijker thema. Zo zou Spotify jou kunnen betalen om muziek te luisteren via hun diensten. Net als dat Google en Facebook aan jou maandelijks een bedrag storten voor het gebruik van de zoekmachine en voor het uploaden van foto’s. Het is dan een bewuste keuze om op een transparante wijze onze gegevens te delen.

Een van de discussies over geld verdienen via onschuldige gebruikers, gaat over cryptogeld. Joost Schellevis, technologieredacteur van de NOS, schreef hier in november een artikel over. Hij schrijft hoeveel websites via cryptomining geld ophalen door op de achtergrond onze computers te gebruiken. De rekenkracht van je computer wordt, zonder dat je het weet, gebruikt om virtuele valuta, vergelijkbaar met de Bitcoin, te genereren. Met een miljoen maandelijkse bezoekers, kan dit geminede bedrag oplopen tot ruim boven de €100.000 per maand. Je kunt dit blokkeren als je er verstand van hebt, maar misschien nog beter: deel in de winst! YouTubers doen dit allang. Die ruilen hun data in voor betaalde vakanties, gratis producten en krijgen betaald voor iedere click.

YouTubers ruilen hun data in voor betaalde vakanties, gratis producten en krijgen betaald voor iedere click

Waarom kunnen we dat allemaal niet doen, en dan onder onze eigen voorwaarden? Al geruime tijd horen we dat onze data veel geld opleveren aan anderen. Hier komt wat mij betreft nu een einde aan.

Een mooi initiatief is het Nederlandse bedrijf Capital Data Control. Het bedrijf wil de consument de controle teruggeven over zijn eigen online beschikbare gegevens. Dit doet het bedrijf door een gedeelte van de waarde van iemands eigen data te monetariseren via een beursfonds. Geef je je data weg, dan krijg je er zelf geld voor terug. Een ander bedrijf, Datacoup, helpt je ook om de waarden van jouw data te verzilveren. Vul je gegevens in. Als je data verkocht worden, krijg je een mailtje en geld gestort.

Laten we gezamenlijk met Mark Zuckerberg in gesprek gaan over hoe wij geld kunnen (blijven) verdienen. Niet zijn bedrijf ten gronde richten, maar een eerlijke verdeling voorstellen. Mijn data zijn mij geld waard, dus laat ik er dan ook zelf de vruchten van plukken.

Arbeidsmarkt 3.0 gaat niet over werk.

De economie is aangetrokken: voor bedrijven wordt het weer lastiger om de juiste mensen te vinden en op de arbeidsmarkt neemt de krapte toe. Hebben we dan helemaal niets geleerd van de crisis? Hebben we geen enkele kans gezien om de arbeidsmarkt te vernieuwen? We blijven in hetzelfde kringetje ronddwalen. De hoogste tijd om anders te kijken naar onze arbeidsmarkt. Wat willen we belonen? En op welke manier speelt waardetoevoeging aan de samenleving een rol in de definitie van de arbeidsmarkt?

Onlangs was ik op een bijeenkomst van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies over een onderzoek naar de waarde van werk. Een tocht door de geschiedenis bracht ons bij verschillende vraagstukken, zoals wat het betekent dat Edward Bellamy al eind 19e eeuw sprak over de combinatie werk en vrije tijd, en dat werk beperkt moest worden tot hooguit drie uur per dag. Het lijkt alsof we nu verder weg zijn van dat idee dan ooit. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn we steeds meer uren gaan werken. Werken biedt ons enerzijds, naast een stabiel inkomen, sociale erkenning, een gestructureerde dagindeling en zingeving door zelfontwikkeling. Anderzijds blijkt uit jaarlijkse onderzoeken van Gallup dat liefst 80% van de deelnemers ander werk zou willen doen.

Stel de mensen om je heen eens de vraag wat voor werk zij zouden willen doen als geld geen rol speelt. Je zal zien dat maar weinig mensen aangeven dat ze blijven doen wat ze nu doen. Vaak hebben mensen andere ambities of capaciteiten die ze waar willen maken, maar omdat de hypotheek of pensioenopbouw in de weg staan, houden zij vast aan zekerheid. De steeds groter wordende groep zzp’ers stemt mij wel hoopvol. De meeste van hen kiezen voor hun ambities en autonomie, en laten daarmee zekerheden los.

In de politiek wordt er geroepen dat iedereen een betaalde baan moet hebben. Bij de benoeming van topvrouwen en -mannen wordt vrijwel altijd gekeken naar bestuurders van grote en bekende ondernemingen. Traditionele werkvormen worden nog altijd gevierd. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste mensen ambitie hebben en iets willen toevoegen aan onze maatschappij, maar ik vermoed dat die ambities niet altijd passen in een traditionele, vaste baan.

Wat mij betreft vraagt innovatie op de arbeidsmarkt om een geheel nieuwe kijk op de waarde van werk. Ik hoorde laatst bij TedXWomen een speech van Ying Zhang, professor ondernemerschap en innovatie. Zij vertelde dat ouders in China een vergoeding krijgen van de overheid als zij hun kinderen helpen met huiswerk maken, omdat de overheid het belangrijk vindt dat ieder kind een goede opleiding krijgt. Huiswerkondersteuning wordt in China gezien als toegevoegde waarde voor de samenleving, terwijl het bij ons gewoon een taak erbij is die we op dit moment in grote getale oplossen met huiswerkbegeleiding.

In deze tijd, waarin de arbeidsmarkt weer krapte vertoont, en waarin we tegelijkertijd bang zijn dat robots met onze baan aan de haal gaan, is het tijd voor een andere discussie. Voor welke toegevoegde waarden van onze maatschappij willen wij betalen? Onderwijs, gezondheidszorg, vrijwilligerswerk, kunst? De arbeidsmarkt 3.0 gaat niet over werk, maar over onze ambities als samenleving. Hoe ontluiken we al dat potentieel, en wat vinden wij belangrijk om te belonen?

Haal een robot in de boardroom

De trendwatchers rollen weer over elkaar heen in deze tijd van het jaar. Lijstjes met voorspellingen over de toekomst van leven en werk staan overal in de media. Over één ding zijn alle trendwatchers het eens: 2018 gaat over data en artificial intelligence, of een combinatie hiervan.

Ik word zelf altijd een beetje moedeloos van die lijstjes. We worden alert gemaakt, maar vaak ook bang over wat er komen gaat, terwijl oplossingen niet worden geboden. Hoe moet ik nu dit nieuwe jaar beginnen als ik bij wil blijven? Voor mij gaat het in 2018 om de vermenselijking van technologie. Daar waar technologie vooral een ‘ding’ was, zien we nu steeds meer kansen en ideeën ontstaan om mens en technologie samen te laten werken en het beste uit elkaar te laten halen. Mens en robot? 1+1=3.

Inmiddels zijn we het tijdperk dat we nog het idee hadden dat we technologie zouden kunnen stoppen voorbij. Nu moeten we nadenken over hoe we onszelf als mens moeten evolueren om samen te kunnen werken met technologie. Wordt het een jaar waarin we onszelf als mensen gaan vernieuwen? Wat mij betreft wel! De discussie gaat in ieder geval minder om het domineren en controleren van technologie, en meer om de manier waarop we data en AI ten goede kunnen gebruiken en daarbij ons gezonde, ethische verstand kunnen gebruiken. De discussie verschuift van het verdwijnen van banen naar het helpen van medewerkers om deze verandering te omarmen.

Een ludiek initiatief in dit kader is Hubot: het uitzendbureau voor robot en mens. Het initiatief laat met zestien futuristische beroepen zien dat robots mensen niet per se hoeven te verdringen, maar dat robots en mensen door samenwerking elkaar juist kunnen versterken.

Zo werd mij in de bijbehorende test http://hubot.org/job-test aangeraden om een zingende postbezorger te worden, waarbij de drone de pakketjes brengt en ik het pakket vergezel met een door de ontvanger gekozen lied. Daarmee worden mijn kwaliteiten kennelijk het beste benut. Natuurlijk is dit geen echt uitzendbureau, maar het zet ons wel aan het denken over kansen, mogelijkheden of bedreigingen.

Een bedrijf dat op dit terrein een echte stap durft te wagen, is Deep Knowledge Ventures in Hongkong. Al een aantal jaar heeft deze venture capitalist een AI-robot in de bestuurskamer. Deze robot, VITAL, kan data analyseren en daarmee succesvolle investeringen voorspellen. VITAL heeft evenveel zeggenschap als alle andere bestuursleden over de investeringen.

De verwachting is dat VITAL straks ook mee mag beslissen over alle financiële beslissingen die binnen het bedrijf genomen worden. De robot is niet gehumaniseerd, zit niet op een stoel, maar is een algoritme dat aanbevelingen doet.

Ik hoop dat we dit jaar nog veel meer van dit soort innovaties en gedurfde mogelijkheden gaan zien. Het gaat hier om bewustzijn, om proberen en leren, met en door medewerkers, burgers, ceo’s en de robots zelf. Bedrijven die investeren in educatie en in een veilige data-omgeving zullen het meest succesvol zijn in deze samenwerking.

Onlangs heeft Google met het project AutoML ervoor gezorgd dat AI zijn eigen ‘kind’ kan ontwikkelen. Daarmee kan een robot in de toekomst kijken en kunnen robots ons wellicht meer leren dan dat wij voor hen kunnen programmeren.

Wat kunnen we verder doen in 2018 om aan te sluiten bij alle trends op het gebied van data en artificial intelligence? Vooral kritisch blijven nadenken en onze menselijke competenties gebruiken om te bepalen hoe we samen kunnen werken met technologie. Laten we dit jaar proberen AI-trendwatchers aan het woord te laten. Daarna kunnen wij zelf kiezen hoe we naar de wereld kijken, die willen beleven en hoe we de wereld willen veranderen.

Het glazen plafond van de IT’er

Ieder kind moet leren programmeren, want dan is hun toekomst verzekerd. Ik weet niet of ik dit mijn kinderen zal aanraden, want helaas word je als IT’er nog altijd vele malen minder betaald dan wanneer je de door hen gemaakte producten verkoopt, of het team van IT’ers aanstuurt.

Moet ik nu al een extra potje gaan sparen voor mijn dochters die straks supergoed kunnen programmeren, maar geen geld hebben om een huis te huren? Het is nog steeds zo dat als je economie studeert, je al direct na het afstuderen een hoger startsalaris hebt dan je medestudent met een IT-opleiding. In deze sector lijkt de normale wet van vraag en aanbod niet te gelden.

Het tweede kwartaal van 2017 laat een stijging zien in de vraag naar hoogopgeleide IT’ers, een groei van 32% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit de analyse ‘Trends en ontwikkelingen over het tweede kwartaal van 2017’ van Randstad-dochter Yacht.

Vrijwel iedere zichzelf respecterende organisatie noemt zich ondertussen een ‘techbedrijf’ en klaagt dat de juiste kennis niet te vinden is. Maar als we de juiste mensen aan boord hebben, weigeren we ze te betalen naar waarde. In het huidige regeerakkoord wordt er moord en brand geschreeuwd dat we bedrijven en ceo’s verliezen aan het buitenland. Maar wat als onze technische expertise ook verhuist naar het buitenland, omdat ze daar veel meer gewaardeerd worden voor hun talent?

Zoek je als IT’er extra waardering en wil je groeien in salaris of andere zekerheden? Dan is er maar een oplossing: wordt manager! En dat is nu juist wat een IT’er net niet wil.

In de Verenigde Staten beginnen ze dit ondertussen te begrijpen. Een zoektocht naar het salaris van een softwarearchitect laat direct zien wat een enorme grote verschillen er zijn tussen wat er in de VS wordt betaald en wat we in Nederland voor eenzelfde functie willen bieden. In Nederland halen we met alle liefde mensen uit het buitenland om voor ons te werken tegen lage betaling. Booking.com heeft bijvoorbeeld een compleet onboarding-programma voor internationale IT’er die op het hoofdkantoor in Amsterdam komen programmeren. Dat is kennelijk nog steeds goedkoper.

Als Nederlandse IT’er val je tussen de wal en het schip. Het schip is de passie, de wal de corporate ladder. Heb je een passie voor je vak? Dan mag je hier op een houtje bijten. Hetzelfde onderzoek van Yacht wijst uit dat IT’er, naast het salaris (37%), sfeer (29%) en een vast contract (24%) nog steeds als de belangrijkste factoren van hun baan zien. Ze houden van hun vak. Het liefst zitten ze de hele dag ‘in hun code’ en puzzelen ze aan nieuwe mogelijkheden. Maar zoek je extra waardering en wil je ook wel eens groeien in salaris of andere zekerheden? Dan is er maar een oplossing: wordt manager! En dat is nu juist iets wat veel IT’er niet willen. Helaas, dit is het glazen plafond van de IT’er. Wie niet omhoog wil in de piramide, ziet geen carrièreontwikkeling.

 

Tijd dus om te gaan betalen naar toegevoegde waarde, en niet naar titel, hiërarchie of verouderde studie. Wat daar voor nodig is? Maak expliciet welke mensen en welke competenties toegevoegde waarden leveren aan jouw organisatie. Als jouw bedrijf draait op de verkoop van jouw producten en de innovatie daarvan, waarom dan salesmanagers steevast meer blijven betalen? Misschien kunnen we gaan belonen voor loyaliteit? Wist u dat IT’er veel honkvaster zijn dan andere medewerkers? IT’er (3%) zijn vergeleken met de totale Nederlandse beroepsbevolking (9%) minder actief op zoek naar een baan. Doorbreek het glazen plafond van de IT’er. Hopelijk voelen mijn dochters en hun programmerende leeftijdsgenoten zich dan in de toekomst net zo gewaardeerd als hun collega’s in de boardroom.

Help! Alexa voedt mijn kinderen op

Als ik thuis mijn kinderen een vraag hoor stellen, geef ik direct antwoord, omdat ik in de typische moeder-veronderstelling ben dat die vraag aan mij wordt gesteld. Maar soms blijkt dan dat de kinderen tegen Siri spreken via de iphone of tablet.

De cto als duurzaamheidsspecialist

Na al het natuurgeweld van de afgelopen tijd en de besluiteloosheid van de politiek, die niet weet wat ze met duurzaamheid aan moet, is het tijd om op een andere manier te gaan kijken naar hoe we verduurzaming op de agenda kunnen zetten. Technologie is hierbij de sleutel, al lijkt dat misschien tegenstrijdig.

Wat mij betreft is technologie een van de belangrijkste oplossingen voor de verduurzaming van de samenleving. Ik vind dat ze bij elkaar horen, maar zie nog te vaak dat het twee aparte werelden zijn. Vooral in het bedrijfsleven. Want de duurzaamheidsspecialist is nu vaak een adviseur van de ceo, of hij doet enkele ‘goede projecten’ naast zijn gewone werk. De cto (chief technology officer) is bezig met technologie voor binnen en buiten het bedrijf, en praat over het algemeen niet met de duurzaamheidsspecialist.

Ik vind dat de cto verantwoordelijk moet worden voor de duurzaamheidsdoelstellingen van het bedrijf: de cto wordt de spreker op de VN-conferentie over duurzaamheidsdoelstellingen!

Duurzaamheid is nu helaas nog te vaak een luxeproduct. We doen het erbij als het kan, maar het raakt veelal op de achtergrond als het tegenzit. En op zich is dat wel te begrijpen. Kijk bijvoorbeeld naar China: waar eerst veel korte termijn aandacht en geld besteed werd aan het bestrijden van armoede, is hier nu veel aandacht en nieuwe regelgeving voor duurzaamheid. De productie van elektrische auto’s en de afzet daarvan in China is momenteel gigantisch. Dus ik begrijp zeker dat de meeste organisaties ook eerst de korte termijncijfers willen halen voordat de duurzaamheidsdoelen worden nagestreefd. Maar kunnen we dit korte– en langetermijndenken niet beter met elkaar verenigen?

Kosten of milieu?

Vliegen hoeft al lang niet meer om iedereen met elkaar te laten vergaderen, en toch blijven we dat maar doen.

Voor de meeste cto’s vormen data de grootste uitdaging: het beheren, verkrijgen en onderling uitwisselen van data. Hoe kunnen data ervoor zorgen dat we nog slimmer, efficiënter en goedkoper worden? En wat als de cto zichzelf vanaf nu de vraag stelt hoe data de duurzaamheid binnen de organisatie kunnen vergroten? En als we robots maken die onze werkprocessen overnemen, zullen we er dan direct voor zorgen dat deze duurzamer zijn dan de oude productiemethodes?

De sector die hier momenteel het meest innovatief in is, is wat mij betreft de transportsector. Grote en kleine bedrijven maken slim gebruik van de combinatie van lege vervoersmiddelen en data. Onlangs ontving de start-up Quicargo € 450.000 van investeerders om in Nederland een online marktplaats te lanceren, waarbij transportbedrijven de lege laadruimte van vrachtwagens kunnen verkopen aan nieuwe klanten. Via data wordt duidelijk gemaakt welke vrachtwagens vracht mee kunnen nemen.

Helaas is dit nog best moeilijk van de grond te krijgen, omdat veel bedrijven hun data liever niet willen delen, om de concurrentie zo niet in de kaart te spelen. Maar wat als deze bedrijven nu eens enkele harde doelen op de scorecard zetten, waardoor de cto een bonus krijgt als de CO₂-uitstoot verlaagd wordt en er minder wordt gereden in plaats van meer? En dat hij daarmee dus wordt beloond voor het samenwerken met de concurrentie?

Daarnaast is de cto intern druk om de werkwijze van werknemers met technologie te stroomlijnen. Welke technologie kiezen we om onze medewerkers niet alleen beter, gemakkelijker en efficiënter hun werk te kunnen laten doen, maar ook duurzamer?

Vliegen hoeft al lang niet meer om iedereen met elkaar te laten vergaderen, en toch blijven we dit maar doen. Soms wordt er binnen organisaties enkele maanden minder gevlogen, om te zorgen dat de bedrijfsresultaten voor de aandeelhouders er goed uitzien, maar daarna vliegen we er vaak weer lustig op los. Het gaat immers om kostenbesparing, en niet om het milieu.

Het Nieuwe Werken 3.0 zou als doel moeten hebben om met behulp van technologie duurzaamheid te vergroten. Waar nu het doel nog vaak is om de kantoorruimte te verkleinen, of energiekosten te besparen, moet de scorecard gericht worden op duurzaamheid. Hoeveel uitstoot beperken we als we minder vliegen, meer thuiswerken, op andere locaties zitten en met onze klanten gaan skypen? Maak de cto hiervoor verantwoordelijk en laat de directie hier maandelijks naar kijken.

Techniek en duurzaamheid vormen een ideale combinatie, met de cto als specialist. Met de opkomst van data en de cloud liggen er gouden kansen voor organisaties om bij te dragen aan de duurzaamheid en daarbij ook nog kosten te besparen. Dat is winst voor de wereld en winst voor het bedrijfsleven.